Op de boeddhaweg

image

“Hoe eindeloos de boeddhaweg ook is,
Ik beloof hem ten einde te gaan.”

bron

Welkom op de boeddhaweg, via deze website over een ontdekkingsreis in de grote, wondere wereld van het boeddhisme, een van de grote religies en wijsheidstradities uit de wereldgeschiedenis.

‘Boeddhaweg’ is een concept dat zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld, maar dat in historische zin nauw verbonden blijft met de oorspronkelijke verwoording van het Achtvoudig Pad, toegeschreven aan broeder Gautama, alias Shakyamuni Boeddha of ook wel gewoon ‘(de) Boeddha’.

Over het antwoord op de vraag in hoeverre de tekstuele traditie omtrent Gautama een getrouw beeld schetst van de leer van de historische Boeddha, wordt binnen de boeddhistische familie echter verschillend gedacht. Theravadaboeddhisten beschouwen de Pali Canon als bron van kennis over de Boeddha en zijn leer. Thich Nhat Hanh stelt daartegenover dat “er geen aantekeningen van de woorden van de Boeddha in zijn eigen taal [bestaan].”

Studie en beoefening
“Boeddha kan nooit worden gekend als object maar alleen als een staat van Zelf-Ontwaken, als Ontwaken ontwaakt tot Zichzelf,” zo vat de Japanse filosoof en zenvernieuwer Hisamatsu Shin’ichi (1889-1980) in moderne bewoordingen een oud kerninzicht van Zen samen.

Hisamatsu Shin’ichi (1889-1980)

Zen is een van oorsprong Chinees-boeddhistische school van zo’n duizend jaar later dan het optreden van Gautama Boeddha in India. De boeddhaweg van Zen kent dan ook een andere insteek dan die van de tekstuele traditie Theravada-school.

Dit betekent niet dat er tussen beide noodzakelijkerwijze een onoverbrugbare kloof bestaat, maar omgekeerd is evenmin gezegd dat de overeenkomsten groter zijn dan de verschillen. Ook de ware aard van de relatie tussen ‘oorspronkelijk’ en westers boeddhisme (ook wel boeddhistisch modernisme genoemd) is voor mensen met een open geest een van de grote vragen over de historische ontwikkeling van ‘het’ boeddhisme. In veel gevallen zal het beste antwoord op zulke vragen een genuanceerd antwoord zijn.

Mijn blogartikelen gaan over deze en andere vragen; zij documenteren het spoor van (zelf)studie en beoefening dat ik heb gevolgd en volg sinds ik mijn eerste, onvaste schreden zette op het gebied van Zen & Boeddhisme. Ik onderzoek zowel het een (Zen in al zijn historische gedaanten) als het ander (het oorspronkelijke boeddhisme en dat van zijn contemporaine nazaten). Mijn studie is geen studie om de studie, maar studie in dienst van de beoefening, zoals in het boeddhisme gebruikelijk is. Maar soms, wanneer ik mijn artikelen teruglees, dan zie ik dat deze ondanks studie en beoefening niet zelden een spoor blijven etaleren van mijn onwetendheid.

Thuisloos thuis
Mijn wijze van beoefening is meegegroeid met de tijd. Als alles gezegd en gedaan is, ligt mijn spirituele ‘thuisloze thuis’ binnen het zenboeddhisme, in het bijzonder bij dat van mijn sangha, de sangha van het Kanzeon Zen Centrum Amsterdam en mijn leraar Nico Tydeman. In deze sangha gaat een deugdelijke zentraining hand in hand met een open geest voor de wereld en voor complementaire vormen van beoefening. Dit in de wetenschap dat de inspiratie van Zen in de tegenwoordige tijd een aangepaste vertolking behoeft om relevant te blijven.

Inquire within

Ik voel bovendien een duidelijke affiniteit met Hisamatsu, die het Japanse Zen na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend aanpaste voor een nieuwe tijd. Ook met de Chinese boeddhist Sheng-yen (1930-2009), een van de leraren die de traditie van Chan (Zen) naar de Verenigde Staten en Europa bracht, voel ik mij verbonden.

In het Japanse Zen is Eihei Dogen (1200-1253) voor velen terecht een grote figuur. Om het beeld te complementeren volg ik met Hisamatsu en Sheng-yen het spoor van Zen & Boeddhisme graag verder terug naar China, het geboorteland van Chan, naar legendarische, mogelijk deels mythologische figuren zoals Bodhidharma en Linji. Hun werken en denken worden vaak beschreven in teksten van volgelingen, omwille van de autoriteit toegeschreven aan hun ilustere voorbeeldleraren. Dit is in de geschiedenis van het zenboeddhisme een terugkerend patroon.

Andere inspiratiebronnen
Twee andere van mijn inspiratiebronnen moeten worden genoemd. Enerzijds Shinran Shonin, de reine-landboeddhist uit het Japan van de dertiende eeuw, die mij een grootse, grootse schok heeft gegeven met zijn existentiële herbezinning op de grondslagen van Mahayana en het onvermogen van (de meeste) mensen om de boeddhaweg op eigen kracht af te leggen. Reine-landboeddhisme is vanouds volks en laagdrempelig; het is vaak gecombineerd met Zen in een gemengde praktijk waarin ik mij goed kan vinden. Begrippen als ‘shinjin’ (diep toevertrouwen) en ‘bombu’ (de mens met al zijn beperkingen) hebben zich genesteld in mijn ervaringshorizon. De nembutsu (‘namu-amida-butsu’) heeft zich voor mij ontwikkeld tot een meditatieve mantra en een levenseigen koan.

Anderzijds zou ik nergens zijn zonder het levende voorbeeld en het rijke, veelzijdige oeuvre van Thich Nhat Hanh, de Frans-Vietnamese zenboeddhist. Hij vertolkt een brede, inclusieve visie, die bouwt op de hele tekstuele traditie sinds het optreden van Gautama Boeddha. Hoewel hij vooral bekendheid geniet om zijn praktische benadering van mindfulness, verantwoordt hij in zijn oeuvre ook uitgebreid de filosofische fundamenten die als zijn boeddhistische vertrekpunten dienen. Tot slot betrekt Thich Nhat Hanh niet-boeddhistische filosofie en religie in zijn visie, in een poging bruggen te slaan en respectvolle wederzijdse dialoog te stimuleren.

Boeddhistisch modernisme
Hisamatsu, Sheng-yen, Thich Nhat Hanh en ook de voorzaten van mijn eigen zencentrum worden door sommigen gerekend tot het boeddhistisch modernisme, waarvan de wortels teruggaan tot het midden van de negentiende eeuw. Boeddhistisch modernisme ontdoet het traditionele Aziatische boeddhisme van zijn ‘mythologische’ elementen (zoals karma en wedergeboorte); het herinterpreteert en vereenvoudigt de boeddha-dhamma ook voor een westers lekenpubliek. Ik ben er geen voorstander van boeddhisme te schonen van karma en wedergeboorte, maar in analytische, beschrijvende zin is ‘modernisme’ van betekenis, o.a. omdat het concept iets zegt over de receptie van boeddhisme wanneer dit zijn historische geboortegrond verlaat.

Ik wil er geen geheim van maken dat ik worstel met dit thema, omdat het naar het hart leidt van de vraag of onze boeddhistische beoefening zich op een solide basis bevindt, of deze enig verschil maakt in de wereld of beperkt blijft tot het uitleven van onze persoonlijke dromen. Een van de grootste uitdagingen is met antwoorden te komen op deze ongemakkelijke vragen. Daarbij past de kanttekening dat ieders boeddhaweg een persoonlijke kronkelweg is. Mijn omzwervingen verlopen althans nooit zonder omwegen langs vragen als “wat is voldoende gefundeerd boeddhisme?”, “hoeveel traditioneel is nodig in verhouding tot nieuw?” en “wat moet ik aan met de tegenspraken en ongerijmdheden die ik in alle boeddhisme aantref?”.

Gelukkig worden ondertussen brokstukken aan mijn begrip van de boeddhistische leer en van anders georiënteerde vormen van meditatieve beoefening bijgedragen door de sutra’s uit de Pali Canon de exegese hiervan door Bhikkhu Bodhi en Thanissaro Bhikkhu, eigentijdse theravadaleraren die de oude tradities proberen te volgen. Een voor mij acceptabel antwoord op de vragen die de praktijk van ons moderne, westerse boeddhisme oproept, heb ik nog niet gevonden.

Dit zijn misschien wel de diepste vragen van allemaal, die Zen & Boeddhisme overstijgen: “hoeveel wijsheid is bereikbaar voor gewone mensen?”, “hoe precies kun je je die wijsheid eigen maken?” en “hoe belichaam je deze in de omgang met anderen?”

Wat ik nu, in dit stadium van mijn ontwikkeling in mijn hart in ieder geval altijd met me meedraag, is de tekst van de Hartsutra, het gedachtegoed van Shinran en de nembutsu. De grenzen die sommige mensen trekken tussen verschillende boeddhistische stromingen, steek ik fluitend over, in het belang van vrijmoedig onderzoek naar experimentele beoefening; ik ben niet iemand die zich laat insnoeren door beperkende doctrinaire lijntjes. Ik voel me in staat tot zulke omzwervingen door de open geest van Zen, mijn houvastloze thuis waarin ik – wat er ook gebeurt – altijd verblijf.

Wat ik noem aan inspiratiebronnen zijn gestalten van mijn reis die mij zijn bijgebleven en bronnen waarbij ik steeds weer opnieuw te rade kan gaan voor spirituele voeding. Als onafhankelijke geest neem ik niemands teksten voetstoots aan.

Dansen in het duister
Deze website staat dan ook vooreerst in het teken van ‘dansen in het duister’, van zoeken en tasten naar ervaringen die in laatste instantie vaak woordeloos het beste tot hun recht komen. En voor zover ik hier antwoorden probeer te formuleren, zijn deze hooguit gedeeltelijk, onvolkomen en veranderlijk. De kern van Zen is immers leven zonder enig tastbaar houvast.

In deze geest schrijf ik op mijn blog over praktische vragen zoals verschillende vormen van meditatie, maar ook over filosofie en religie, en de relatie van spiritualiteit met maatschappij, politiek en sociaal handelen.

Behalve in mijn artikelen vind je ook informatie en leessuggesties op het gebied van boeddhisme onder het kopje Bronnen en literatuur. Hier staan o.a. teksten en verwijzingen naar inspiratiebronnen die ik hierboven heb genoemd.

Hopelijk kan de hier geboden informatie lezers met een belangstelling voor Zen & Boeddhisme tot inspiratie strekken bij hun studie en beoefening. Iedere impressie, hoe vluchtig ook, laat een spoor na. Of, wanneer en hoe een zaadje wortel schiet, dat weet niemand. De spirituele ontwikkeling van mensen weeft zich uit vele losse draadjes die van her en der komen aanwaaien.

— Taigu