Menu Sluiten

Een slechte boeddhist

Geplaagd door angsten gaat Taigu op zoek naar verlichting. Hij wendt zich tot een psychiater en bevraagt het boeddhisme op zijn helende vermogen.

Boeddhisme is psychologie geworden, hoor je waarnemers soms opmerken. Waarmee bedoeld wordt dat de werkzaamheid van boeddhisme, ontdaan van zijn mythologie en zijn metafysische speculatie, zich in moderne samenlevingen heeft versmald tot het leven van de geest. Wee je gebeente wanneer je bij lezers van het Boeddhistisch Dagblad aankomt met karma en wedergeboorte van leven tot leven.

Tegelijkertijd toont boeddhisme-als-psychologie zich in een andere gedaante, namelijk die van boeddhisme als expliciete of impliciete psychotherapie. Van David Brazier met zijn ‘Zen Therapy’ tot de mindfulnessleraren die bijklussen als coach of therapeut van individuele cliënten, beoefenaars tonen zich opvallend zelfverzekerd over de helende kracht van boeddhisme. Als kritisch ingestelde mens vraag ik me wel eens af in hoeverre dit terecht is.

In zijn boek Angst (2012) schrijft Thich Nhat Hanh over het therapeutische vermogen van mindfulness. Iemand heeft je in het verleden mishandeld. De herinnering aan het trauma is als beeld in je onderbewuste opgeslagen. Iedere keer dat je geest teruggaat naar deze herinnering, lijd je opnieuw. Herbeleven van voorbij lijden is echter een voorbeeld van ‘verkeerde mindfulness’ (‘wrong mindfulness’). Juiste mindfulness stelt mensen in staat in het moment te blijven. Wanneer je oog in oog met de herinnering aan het trauma op een andere manier naar het verleden kijkt, kun je je lijden transformeren, schrijft Thich Nhat Hanh. Misschien is dat zo. Maar misschien ook niet. Wie blijft zulke controlevragen stellen als roshi het zo zeker weet?

Nu wil het toeval dat ik over angst kan meepraten. Deze zomer is het dertig jaar geleden dat bij mij voor het eerst sarcoïdose, ook wel de ziekte van Besnier Boeck genoemd, werd vastgesteld. Bij de meeste patiënten trekt deze weinig voorkomende ziekte binnen drie jaar vanzelf weg. Een kleine minderheid krijgt echter te maken met een ernstige ontregeling van lichaamsfuncties doordat de ziekte spontaan ontstekingsreacties kan veroorzaken in organen en weefsels. Aanvankelijk leek ik tot de eerste groep te behoren, maar in 2007 bleek de ziekte bij mij in het verborgene de werking van hart, longen en zenuwstelsel te hebben aangetast.

Meer dan tien jaar lang heb ik doorgebuffeld, terwijl mijn vrijheid van bewegen beperkt raakte tot huis en tuin. Ik ben datgene gaan doen wat ik nog kan, namelijk schrijven. Het onvoorspelbare, grillige beloop van de ziekte heeft al die tijd gezorgd voor de nodige hoofdbrekens en met enige regelmaat ook voor aanvallen van angst en paniek. In de zomer van 2019 werden de aanvalsgolven zo heftig, dat ik enkele weken op de open psychiatrische afdeling van een Utrechts ziekenhuis heb doorgebracht om de crisis tot bedaren te brengen. Mijn ervaringen bij de psychiatrie heb ik beschreven in een artikel dat onlangs is verschenen in SarcoScoop, het tijdschrift van mijn patiëntenvereniging. Het artikel is voor belangstellenden toegankelijk via mijn website, www.anderkracht.nl.

In de boeddhistische wereld heb ik het afgelopen decennium mensen steeds weer de vraag gesteld of de veronderstelde psychotherapeutische werking van boeddhisme, in het bijzonder van zenboeddhisme, zich ook uitstrekt tot pathologische angst. Op één persoon na, iemand die behalve boeddhist ook een ervaren, professionele psychotherapeut is, luidde het antwoord bij mijn rondgang meestal zonder noemenswaardig voorbehoud bevestigend. Dat vind ik genoeg reden om hier eens bij stil te staan.

Tijdens mijn ziekenhuisopname polste een van de psychiaters mijn bereidheid om deel te nemen aan een mindfulnessgroep. Maar dokter, zei ik, ik ben een een zenboeddhist! Omdat hij de betekenis hiervan niet onmiddellijk leek te doorgronden, heb ik hem voorgelicht over de praktijk van onze beoefening. En in de loop van mijn uitleg hoorde ik mezelf ook uitdrukking geven aan mijn frustratie dat ik er na zoveel meditatie nog steeds niet in geslaagd ben de hindernis van angst en paniek op te ruimen. Ik ben een slechte boeddhist, zei ik tegen deze psychiater, hem in vertrouwen nemend over een gevoel dat al vele jaren aan mij knaagt. Als van boeddhisme zo’n helende kracht kan uitgaan, waarom heb ik daar tot dusver dan niets van gemerkt?

Je zult ook maar een diepe, diepe verwantschap voelen met een stroming die zelfs in de samsarische hellen van angst en paniek jouw oorspronkelijk verlichte gelaat als boeddhageest aanwezig weet. Er is geen bereiken voor nodig, alleen een zien dat ik niet zie wanneer de film van angst en paniek mij in een hallucinatie overmeestert en maakt dat ik handel naar wat ik in dat moment ervaar, hoe absurd dit handelen ook mag zijn wanneer je na afloop reflecteert op het gebeurde. Meester Thay, ik wil niets liever dan het lijden transformeren, help mij te leren er in het moment anders naar te kijken…

Maar de enige transformatie die ik ervaar is dat ik er een schuldcomplex van krijg. Ik ben een slechte boeddhist, althans een deels gemankeerde beoefenaar of, wellicht, een trage zenstudent, al leef ik in een spirituele omgeving waarin wordt erkend dat stille verlichting een kwestie van lange adem kan zijn. Een enkele lezer van het Boeddhistisch Dagblad probeert het proces soms te versnellen door mij om de oren te slaan met Linji in een poging mij, in de trant van de meester zelf, á la minute tot bevrijding te doen geraken. En ik weet, als het vuur echt heet wordt opgestookt, bij Linji of bij Dogen, dan wordt een transformatie in het vooruitzicht gesteld tot boeddha ineens, zonder de intermediaire stap van het bodhisattvaschap; dan blijkt al je kwade karma op slag te kunnen worden gewist zonder een spoor achter te laten, of zo wil men het graag doen voorkomen.

Ik heb evenwel grote moeite aan dit al enig geloof te hechten. Met geen mogelijkheid kan ik me voorstellen dat ik, laat begonnen met de beoefening, in dit ene korte leven genoeg kan doen op de weg; hoewel ik met heel mijn ziel toevlucht heb genomen tot zen en de drie juwelen, voel ik mij bij lange na niet waardig om, al is het maar tentatief, het predicaat bodhisattva te dragen. Vandaar dat mijn goede vriend Shinran voor mij een onmisbare metgezel is op de zenweg, een correctief dat beschermt tegen overspannen verwachting. De oude Shinran heeft een goed ontwikkeld gevoel voor wat wel en niet binnen het beperkte vermogen ligt van de meerderheid der gewone mensen. Niet dat ik zen zou willen verruilen voor shin; alleen om Shinrans wijsheid is het mij te doen,

Deze hele litanie heb ik de psychiater verder onthouden. Hij sprak zelf een wijs woord toen hij zei dat niemand met zekerheid de oorzaak van angst, pathologisch of niet, kan aanwijzen. En dat hij zich, bij ontstentenis van deze zekerheid, erop richt om zulke ontregelende psychische klachten hanteerbaar te maken voor mensen die ermee te kampen hebben. Het is een bescheiden relativering. Iets meer bescheidenheid over het eigen kunnen, zou dat beoefenaars van boeddhisme-als-psychotherapie niet eveneens sieren?


Klik hier voor het artikel ‘De vent of de patiënt. Met sarcoïdose bij de psychiater’ (SarcoScoop, juni 2020)

Reageren