Jules Prast

www.julesprast.nl

Zen & Boeddhisme

Niksnatuur en de leegteverdwazing

Taigu mompelt en moppert. Het vooroordeel en het sciëntisme van de seculiere tijdgeest benemen de vrije lucht aan het geloven, het ritueel en de verbeelding die eigen zijn aan de dhammapraktijk van ieder saeculum.

Op LinkedIn verschijnt een bijdrage met de titel ‘Realiseren wij ons de ware natuur van onze geest?’ Taigu gromt. “Niksnatuur,” mompelt hij in zijn stoppelbaard. Met het theatrale vertoon van Linji zou hij dwars door cyberspace de auteur bij de keel willen grijpen en tegen een virtuele muur aankwakken. “Is het niksnatuur? Niks-natuur? Of niks natuur?” Hij neemt zich een ogenblik voor hierover meester Tja te raadplegen en vergeet het dan meteen ook weer.

De enige constante van vijfentwintig eeuwen dhammapraktijk is niksnatuur, het tot uitdoven brengen van iedere notie van een betekenisvol persoonlijk zelf. Wegcijferen! Al zijn beoefenaars van nu nog even naïef als de stroombetreders uit de tijd van broeder Gautama en de aspirant-bodhisattva’s uit die van Linji. Met het verstrijken van de tijd is de weg alleen maar glibberiger geworden, zeker nadat die idioot van een Nagarjuna alles zonder zelf verklaarde.

Geen bouwstenen van de boeddhakosmos en het moment van nu proberen te vangen in mindfulness, het is een recept voor een eigentijdse spirituele ramp. De ware beoefenaar heeft de blik niet op het nu gericht maar op eeuwige vrede. Mindfulness leidt maar al te vaak tot uitvergroting van het persoonlijke zelf, tot gestamel over persoonlijke problemen en een illusoire focus op persoonlijke zelfverbetering. Geen zelf, geen persoonlijke problemen. Geen zelf, geen weg, geen beoefening. Al staat de sequentie geen zelf, geen norm, geen student, geen seks met de niksleraar weer op gespannen voet met de tijdgeest.

En dan die leegteverdwazing! De neurose van uitleggers die de leegte vullen met de gebakken lucht van hun zogenaamde dhammadeskundigenblabla. Leeg is nog één ding, maar leegte is voor menigeen een brug te ver, zeker wanneer het als Leegte wordt geschreven. In het zelfstandig naamwoord brengt de taalval zich tot uitdrukking en verkeert leeg zich tot zijn tegendeel.

Zelfs in de Hartsutravertaling van die Lathouwers-ouwehoer wordt dit vermaledijde begrip aldus gebruikt. En maar uitleggen en uitleggen in als fluweel geformuleerde teisho’s. Zwijg, niksleraar! Taigu gromt nogmaals, terwijl hij zich opeens bewust wordt dat hijzelf ook met dit taaleigen is getraind.

Alles wat afleidt van niet-zelfuitdoving is gebrek aan juist inzicht en juiste praktijk. Al zaaide broeder Gautama zelf ook de zaden voor het misverstand. Niet alles is impermanent! De finale uitdoving, het nirvana, de anuttarasamyaksambodhi, die niet! Potjandrie, gij domoren! Alles wat zweemt naar benoeming lokt het misverstaan uit van dhammabegripsverzelfstandigers. Nikszelf, niksdhammabegrip.

Beoefenen totdat je billen pijn doen van de meditatie voldoet op zichzelf evenwel niet om het niet-zelf tot niet-uitdoven te brengen. Behalve de taalval is er ook de tijdgeestval van de misleidende vereenvoudiging. Beoefenen is menigvuldig en de weg beweegt zich altijd binnen de driehoek van geloven, ritueel en verbeelding. Noodgedwongen tart het de seculiere tijdgeest door de ‘rationele’ onttovering van de werkelijkheid uit te dagen en terug te dringen.

Geen zinloze compromissen met de tijdgeest! De ‘s’ van seculier is ook de ‘s’ van suprahistorisch, de zelftranscendentie van de nikstijd tot een vormloos veld van een zelfreferente niet-zelfverwerkelijking van de niksmens. Hisamatsu, halleluja!

Terugrollen, terugrollen, terugrollen dat malle tijdsbesef. Wat historisch heet is zelf historisch, voorbij, weg, foetsie. Onze historische verbeelding, samenhang aanbrengen in de tijd, het is allemaal een residu van de negentiende eeuw. Het sciëntisme van onze seculiere tijdgeest beneemt bovendien de vrije lucht aan het geloven, het ritueel en de verbeelding die eigen zijn aan de dhammapraktijk van ieder saeculum.

Gautama kende de goden en Mara, voorbije levens en spirituele ervaringsverruiming. Waar zijn wij, met onze steriele beoefening? Bevooroordeeld als wij zijn zien wij onze vooroordelen niet en laten wij ons kanaal naar juist inzicht verstoppen. Zurück, zurück, gij demonen van een allesverslindend nihilisme! En Taigu gromt weer in zijn baard.

De niksmens kent zijn Zoroasters niet meer, is vervreemd van zijn religie en zijn dichters. En dat claimt de werkelijkheid werkelijk te kennen? Maar zo werkt dat niet!

En zo mompelde en mopperde hij nog een tijdje door in zijn hol, rillend onder zijn deken, totdat de stem van de anderkracht het lied van Amida in hem wakker riep, het lied van de niksnatuur dat dwazen tot vervoering brengt en domoren tot verdwazing, verwarring en protest. “Broeder Gautama, zijt gij ook hier?,” was het laatste wat hij uitsloeg voordat hij wegsukkelde in een welverdiende slaap van niks.

Namu Amida Butsu,

Taigu

  1. Hilde van Caspel

    Heerlijk gemopper.
    Hartverwarmende groet!

Geef een reactie

Thema door Anders Norén